Inotec was de afgelopen week een van de opmerkelijke nieuwkomers tijdens de Elektro Vakbeurs in Hardenberg. Deze Duitse fabrikant en wereldwijd verkoper van noodverlichting en vluchtwegaanduiding wil nu ook in Nederland een bijdrage leveren aan de veiligheid binnen de gebouwde omgeving.
“Tijdens de vakbeurs Elektrotechniek 2011 zag je het afgelopen najaar in Utrecht vrijwel alleen decentraal gevoede installaties voor noodverlichting en vluchtwegaanduiding.” Dat is de constatering van Dic Ros van de nieuwe onderneming Inotec Nederland in Apeldoorn en Tim Posson van het Duitse moederbedrijf.
Centrale systemen
Ook Inotec levert deze decentraal gevoede systemen, met een batterij in iedere afzonderlijke armatuur als noodstroomvoorziening. Maar deze Duitse producent richt zich zowel bij ontwikkeling als verkoop naar eigen zeggen vooral op zogeheten centrale installaties voor noodverlichting en vluchtwegaanduiding. Die worden bij spanningsuitval gevoed vanuit een centrale noodstroomvoorziening. En voor controle en beheer kunnen ze als integraal onderdeel van een modern digitaal gebouwbeheersysteem (GBS) worden geïnstalleerd.
Tijdrovend
“Natuurlijk is ook met die decentrale systemen prima te voldoen aan de eisen in de Nederlands/Europese norm op dit gebied, de NEN-EN 1838. Maar iedere afzonderlijke armatuur moet in dat geval regelmatig apart worden gecontroleerd en getest. In een groot gebouw, waar ze vaak op moeilijk bereikbare plaatsen zijn geïnstalleerd, is dat voor de gebouwbeheerder en diens inspecteur een tijdrovend en dus kostbaar karwei”, betogen Ros en Posson.
Minder kosten
De centraal gevoede en beheerde systemen, gekoppeld aan het GBS, die zij leveren zijn een stuk duurder dan een hoeveelheid losse decentrale armaturen. Maar volgens deze producent hebben ze een stuk meer te bieden op het gebied van betrouwbaarheid, veiligheid, onderhoud, beheer, inspectie en energiebesparing.
Centrale noodverlichting kan worden geïntegreerd in de reguliere gebouwverlichting. “En de vluchtwegaanduiding hoeft lang niet altijd dag en nacht te branden, zij reageert op aanwezigheidsdetectie en is hierdoor energiezuiniger.”
Als lichtbron past Inotec in principe alleen nog leds toe, ook dat maakt de systemen zuiniger en onderhoudsvriendelijker.
TCO
Posson rekent voor dat de meerprijs van de centrale systemen (deels) kan worden terugverdiend door besparingen op onderhoud, beheer, inspectie en energieverbruik. Ofwel, de ‘total cost of ownership’ (TCO) kan vooral bij grotere projecten omlaag.
En dat bij een hoger niveau van veiligheid.
Dit laatste wordt onder meer bereikt doordat bij een gebouwontruiming de dynamische vluchtwegaanduiding – niet alleen aan plafonds maar ook onderin de vluchtwegen - bepaalde vluchtrichtingen kan aangeven of juist afsluiten, afhankelijk van de plaats van de brandhaard en de drukte in de vluchtwegen.
Verder kunnen deze voorgeschreven noodvoorzieningen worden gedimd in sfeervolle omgevingen als theaters en bioscopen.
Normen en wetten
Overigens leveren de meeste in ons land reeds bekende merken op dit gebied ook centrale systemen voor ‘anti-paniekverlichting, vluchtrouteaanduiding en vluchtrouteverlichting’ zoals het officieel in de normen wordt genoemd.
Meestal wordt dit kortweg aangeduid als ‘noodverlichting’.
Op nieuwe installaties zijn niet alleen de zichtbaarheidseisen van NEN-EN 1838 van toepassing. Ook is er de productnorm NEN-EN-IEC 60598-2-22. Op de veiligheidstekens (symbolen) zijn NEN 3011 en NEN 6088 van kracht.
NEN-EN 50171 en 50172 strekken zich uit over het periodieke onderhoud en de inspectie van bestaande installaties.
Naar welke van de normen zal worden verwezen in of bij het nieuwe Bouwbesluit van 2012 staat nog niet vast.
.jpg)






